Misleiding in het Nederlands Dagblad over Israël-Palestina

10 september 2026

Onlangs stond er in het ND een interview van verslaggever Maurice Hoogendoorn met historicus Lodewijk van Oord over zijn nieuwe boek. Het gesprek ging over Van Oords visie op het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Ik heb het interview met kromme tenen gelezen.

In dit artikel reageer ik daarop. Daarbij is het een waarschuwing om te letten op wat er in de media geschreven wordt over Israël. Laat je niet misleiden!

De historicus zegt in het artikel dat als je het conflict tussen Israël en de Palestijnen wilt begrijpen, het dan niet alleen om de feiten gaat, maar ook om de verhalen, ongeacht of die verhalen waar zijn of niet.

Het klopt zeker dat verhalen grote invloed hebben op politieke situaties, ook – misschien wel vooral – in het Midden-Oosten. Tegenwoordig noemen we dat ‘narratieven’. De waarheid is daarbij niet meer zo relevant.
Maar het zou toch juist de waarheid moeten zijn die in de journalistiek de boventoon voert? Dat geldt vooral waar het christelijke journalistiek betreft, zoals bij het Nederlands Dagblad.

Dat bevolkingen beïnvloed en gestuurd worden door misleidende en leugenachtige verhalen weten we maar al te goed. Maar daardoor delven waarheid, rechtvaardigheid en eerlijkheid het onderspit. Dat zien we ook volop in de media, waardoor de polarisatie alleen maar toeneemt. Want lezers (en tv-kijkers) geloven vaak in de leugens die verkondigd worden. En wat je eenmaal gelooft en wat door herhaling steeds weer gevoed wordt, wordt voor diegene automatisch de ‘waarheid’, ook al zijn het leugens. Het is juist de verantwoordelijkheid van de journalistiek om die leugens te ontmaskeren en aan de kaak te stellen.

Maar als het over Israël gaat laat de journalistiek het massaal afweten, enkele uitzonderingen daargelaten. Dan ineens is ‘waarheid’ een relatief begrip geworden en zijn ‘narratieven’ veel belangrijker. Dan ineens wordt de partij die leugens propageert als betrouwbare informatiebron gezien en de partij die feiten presenteert voor onbetrouwbaar uitgemaakt.

Een boek uit 1829

Van Oord legt uit dat een boek uit 1829 van een Britse theoloog een erg belangrijke rol speelde in de geschiedenis van Palestina. Hij zegt dat een zinnetje uit dat boek over het Joodse volk door velen werd omarmd. Dat zinnetje luidde ‘een volk zonder land verlangde naar een land zonder volk’. Daarbij zou dat eerste deel (een volk zonder land) de indruk wekken dat de Joden nergens bij hoorden. Dit zou dan weer een voedingsbodem zijn voor het nazisme van de vorige eeuw.

Maar is dat wel zo? Want het antisemitisme leefde al ver voordat dit boek uitkwam. Het Joodse volk is de eeuwen door, vooral ook door de kerk, overal in Europa gemarginaliseerd, gekleineerd, mishandeld en zelfs vermoord. De verschrikkelijke inquisitie in het Spanje van de 15e eeuw en de Russische pogroms in de 19e en 20e eeuw hebben weinig te maken met dat ene zinnetje uit dat boek.

Dan is er het 2e deel (een land zonder volk), waarbij Van Oord stelt dat de Joden ervan uitgingen dat er niemand in Palestina zou wonen. Maar omdat dit wel zo was, zou dit geleid hebben tot kolonisatie van het land en tot de ramp (de ‘Nakba’) die de Palestijnen overkomen is.

Opnieuw die vraag: is dat wel zo? De terugkeer van veel Joden naar het Beloofde Land begon al toe te nemen vanaf pakweg halverwege de 19e eeuw. Het Zionistische congres van 1897, geleid door Theodor Herzl versterkte dat enorm. Joden die in de jaren tot aan de Eerste Wereldoorlog naar Israël trokken kochten grond van Arabische inwoners of ontgonnen woeste gronden. De Joden wisten wel degelijk dat er anderen in het land woonden en wilden in vrede leven met hen die er al woonden. Er was immers ruimte genoeg voor iedereen.

Een mythe die geen mythe is

Historicus Van Oord heeft het vervolgens over de ‘mythe’ dat de Israëliërs in 1948, toen de onafhankelijkheid van Israël werd uitgeroepen, zijn gaan geloven dat er helemaal geen Palestijnen waren. Door dit een mythe, een sprookje, te noemen geeft Van Oord aan zelf te denken dat de Arabieren zich toen Palestijnen noemden.

Tot 1948 waren het echter vooral de Joden die zich ‘Palestijn’ noemden. Europeanen werden door Joodse ondernemers opgeroepen hun vakantie vooral in ‘Palestina’ te komen vieren en te komen met ‘Palestine Airways’. Er was de Joodse krant Palestine Post (nu Jeruzalem Post), er waren Palestijnse sportclubs die vooral uit Joden bestonden, enz. De Arabische inwoners noemden zich vrijwel nooit ‘Palestijn’, maar gewoon ‘Arabier’, of ze noemden zich naar hun familiestam.

Dus dat Joodse inwoners rond 1948 vonden dat er geen Palestijnen in hun land woonden is dan ook logisch. Immers de Joodse Palestijnen noemden zich na de onafhankelijkheid Israëliër, en de Arabieren noemden zich helemaal geen Palestijn. Om dat een mythe te noemen is een historicus onwaardig en geeft blijk van een enorme blinde vlek en gebrek aan kennis.

Jabotinsky

Vervolgens heeft Van Oord het over de Russisch-Joodse schrijver en politicus Jabotinsky. Hij zegt dat deze Jabotinsky, die ruim voor de onafhankelijkheid van Israël heel bekend was, opgeroepen had om met geweld en wapens de staat Israël op te richten.

In onze omstreken is Jabotinsky echter nauwelijks bekend. Maar als je even op internet zoekt kom je er al snel achter dat het totaal niet klopt wat historicus Van Oord beweert. Jabotinsky pleitte er juist voor dat er zoveel mogelijk samenwerking moest zijn tussen Joden en Arabieren. Hij wilde dat zelfs in de grondwet vastleggen. Eerder al, in 1927, was er een publicatie geweest dat Jabotinsky gezegd zou hebben dat hij de Arabieren uit Palestina wilde verdrijven, maar hij heeft daar in felle bewoordingen op gereageerd dat dit leugens waren en dat hij het immoreel vindt om Arabieren van hun land te verdrijven.

Herhaling van de mythe…

Het wordt nog erger met de uitlatingen van Van Oord (die zich ‘historicus’ noemt), want hij zegt dan dat Israëliërs heel goed beseften dat zij Palestijnen hadden verjaagd. Later zouden zij daarover dan zeggen dat de Palestijnen vrijwillig vertrokken waren. Nog weer later, zegt Van Oord opnieuw, veranderde dat vanaf de zeventiger jaren in dat er helemaal geen Palestijnen bestonden. Zelfs de toenmalige premier Golda Meïr had dat gezegd. Weer zo’n mythe die de Israëliërs zichzelf wijsmaakten, aldus Van Oord.

Het lijkt er echter meer op dat Van Oord zich z’n eigen mythe heeft wijsgemaakt. Want het hele verhaal klopt van geen kant. Het is een verhaal, een ‘narratief’, waar de Palestijnen zich aan vastklampen. Want tot 1948 waren het de Joden in Israël die zich ‘Palestijn’ noemden. Vanaf 1948 noemden ze zich Israëlier. Arabieren noemden zich helemaal geen ‘Palestijn’. Dat bleef zo tot de zestiger/zeventiger jaren, toen Yasser Arafat met zijn PLO zich op de kaart probeerde te zetten. Vanaf dat moment begonnen de Arabieren zichzelf onder aanvoering van Arafat doelbewust steeds vaker ‘Palestijn’ te noemen. In een geruchtmakend interview in dagblad Trouw uit 1977 met een hoge PLO-functionaris bekende deze man dat Arafat de Arabieren alleen maar Palestijn wilde laten noemen om zodoende een macht tegen Israël te vormen. Ook deze Arabische islamitische man zei in dat interview dat ‘Palestijnen’ niet bestaan. Precies zoals premier Golda Meïr dat toen zei. Dat is dus geen ‘mythe’, maar gewoon de realiteit.

Verdrijving van de Palestijnen?

In hetzelfde stukje beweert Van Oord ook dat Israël de ‘Palestijnen’ had verdreven. Hij doelt daarmee op de Arabieren die in het Israëlische gedeelte van Palestina woonden.
Die verdrijving is slechts gedeeltelijk waar, en tegelijk goed te begrijpen tegen de achtergrond van de Onafhankelijkheidsoorlog. Het is misleiding om te stellen dat dit later veranderde in ‘ze zijn vrijwillig vertrokken’. Want ook dat is slechts gedeeltelijk waar en ook dat heeft alles te maken met de omstandigheden rond de Onafhankelijkheidsoorlog.

Al voor die oorlog is een deel van de Arabische bevolking van Israël, na een oproep vanuit de Arabische gelederen, vertrokken naar ‘Palestijns’ gebied. Ook heeft een deel van de Arabische bevolking actief meegedaan met de Arabische legers tegen de Joden in de Onafhankelijkheidsoorlog. Daardoor is het vertrouwen van een deel van de Joodse bevolking in hun Arabische buren tot het nulpunt gedaald.
Toen Israël de oorlog won zijn veel Arabische inwoners alsnog naar de ‘Palestijnse’ gebieden gevlucht omdat ze bang waren voor wraakacties. Anderen zijn inderdaad actief verjaagd door Joodse bewoners en strijders, vooral vanwege die collaboratie met de Arabische vijandelijke legers en het wantrouwen dat daardoor ontstaan is. Het Palestijnse narratief is naderhand geworden dat alle Palestijnen door Israël verdreven zijn. Dat is dus absoluut niet waar. Maar de meeste Palestijnen buiten het huidige Israël zijn hiervan overtuigd omdat ze nooit anders gehoord hebben.

Een beroep op de Bijbel

Dan noemt Van Oord ineens de profeten uit het Oude Testament. Alsof hij zich op Bijbelse bronnen wil beroepen. Hij vergelijkt dan wijze politici en duiders met die profeten, van wie hij zegt dat ze naar wijsheid en waarheid zochten.

Maar Bijbelse profeten zochten niet zelf naar wijsheid en waarheid. Dat kregen ze van God! Zij werden door Hem geroepen om ZIJN woorden van wijsheid en waarheid te spreken. Vaak zelfs tegen hun eigen wil.
Vervolgens zegt Van Oord dat machthebbers in die oude tijden de woorden van de profeten negeerden. Hij wekt daarmee de indruk dat ook vandaag machthebbers niet naar wijze woorden luisteren. Vervolgens stelt hij dat Netanyahu, de huidige ‘machthebber’ in Israël, zo’n koning uit die oude tijden zou kunnen zijn die ‘deed wat slecht was in de ogen van de Heer’.

Het gaat hem echter helemaal niet om wat God ervan zou vinden. Het probleem is veeleer dat deze historicus zelf vindt dat Netanjahu slecht handelt. Maar het zou zomaar kunnen zijn dat Netanjahu een werktuig in Gods handen is om de vijanden rondom Israël te tonen dat God de Beschermer van Israël is. Kijk ook eens naar Psalm 83! Laten we niet te snel oordelen, zeker niet waar het Gods handelen met Israël betreft.

Europees kolonialisme of Europees antisemitisme?

Dan vraagt de interviewer of Van Oord anders is gaan oordelen over de strijd tussen Israël en de Palestijnen. De historicus gelooft werkelijk dat zowel Israël als de Palestijnen het slachtoffer zijn van Europees kolonialisme. Dat er op die manier een verband is tussen Holocaust en Nakba.

Het lijkt erop dat deze historicus denkt dat het ontstaan van Israël ‘Europees kolonialisme’ is. Alsof Europa voor eigen doeleinden een land heeft ingepalmd. Dat dit klinkklare onzin is bewijst de geschiedenis. Israël is niet ontstaan door Europees kolonialisme maar juist door Europees antisemitisme.
De Europese bevolking heeft in hun haat tegen de Joden hen de eeuwen door ertoe gedreven om uiteindelijk hun heil te zoeken in het Beloofde Land. Dat heeft niets te maken met kolonialisme en alles met antisemitisme!

De Holocaust en de Nakba (de ramp van de Palestijnse vluchtelingen) zijn in die zin met elkaar verbonden dat de Holocaust het extreme gevolg was van het Europese antisemitisme en dat de Nakba het gevolg was van de combinatie daarvan met het islamitische antisemitisme. Zeker niet in de zin van dat de Holocaust voor de Joden vergelijkbaar zou zijn met de Nakba voor de Palestijnen – dat is totale onzin.

Een uitzichtloos probleem

Historicus Van Oord hoopt dat er ooit nog een een omwenteling zal komen, zoals eind tachtiger jaren in Zuid-Afrika. Maar hij beziet het Joods-Palestijnse probleem als een politiek probleem, dat met redelijkheid van twee kanten op te lossen zou moeten zijn.
Dat is echter al zo vaak geprobeerd. Zie de Engelstalige video hieronder (zet evt de ondertiteling aan [cc]).

Israël heeft vele malen enorme concessies gedaan. Steeds werd hun uitgestoken hand weggeslagen, zoals de ‘Palestijnen’ op het Congres van Bloudan onderling hadden afgesproken. Het doel van de islamitische Palestijnen was en is niet om een rechtvaardige en vredige samenleving van twee bevolkingsgroepen te realiseren, maar om Israël van de kaart te vegen (From the river to the sea…).

Het is dan ook geen politiek probleem maar een religieus, een islamitisch probleem. Het is het probleem van de God van de Bijbel en van Israël tegen de duistere god van deze wereld. Die duistere, demonische god heeft in de islam een grote bondgenoot die steeds brutaler wordt. Het is ook het religieuze fanatisme dat Palestijnen voortdurend laat strijden tegen Israël. Zo hopen ze te kunnen sterven als ‘martelaar in de jihad’, met een ticket naar het paradijs. Omdat dit in de hoofden van enorm veel islamisten zit, ook van Palestijnse moslims en zeker in die van Hamas en Hezbollah, is het verslaan van die vijand voor Israël vrijwel onhaalbaar. Israël kan alleen bestaan door zich hiertegen tot de tanden te bewapenen. Die bewapening heeft dus niets met Jabotinsky te maken, maar juist alles met het idee van de moslims rondom Israël dat de Joden verdreven moeten worden uit het land dat Allah toebehoort.

Conclusie over dit interview in het Nederlands Dagblad

Het is ver beneden het niveau van het ND om het broddelwerk van iemand die zich historicus noemt op deze manier weer te geven. Lodewijk van Oord beweert veel onderzoek te hebben gedaan, maar het lijkt er eerder op dat zijn onderzoek per se moest overeenkomen met zijn vooraf ingenomen mening dat juist Israël de boosdoener is en vrede in de weg staat. Terwijl Israël zo vaak heeft laten zien dat ze vrede juist zou omarmen. Maar niet tegen elke prijs, niet tegen de prijs die geëist wordt, namelijk het vertrek van alle Joden uit Israël.

Dhr. Van Oord heeft in dit interview, en allicht ook in zijn boek, allerlei kreten geroepen die met een klein beetje onderzoek al onderuit te halen zijn. Daarom is het onbegrijpelijk dat een interview die niets met waarheidsvinding te maken heeft in een christelijke krant als het ND gepubliceerd is.

Het niveau van het betreffende artikel is een historicus en zeker ook een journalist onwaardig. Het staat vol met misleidende uitspraken die minder goed ingelichte lezers zomaar op het verkeerde been kunnen zetten. Dhr. Van Oord beweert veel ‘onderzoek’ gedaan te hebben, maar veel van zijn beweringen zijn met een klein beetje onderzoek eenvoudig te weerleggen.

Tot slot…

Ik heb bovenstaande naar de redactie van het ND gestuurd, maar tot op heden geen reactie gekregen. Dat had ik ook niet verwacht, want het ND begeeft zich al langere tijd op het gladde ijs van het anti-Israëlnarratief. Ik vraag mij oprecht af hoe het ND dit narratief Bijbels wil verantwoorden. De visie van dhr. Van Oord past naadloos in dat narratief.

In Matteüs 24:9-11 staat daarover het volgende, waarbij met ‘jullie’ het Joodse volk wordt bedoeld:

Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar uitleveren en elkaar haten. Er zullen talrijke valse profeten komen, die velen zullen misleiden.

Dit is wat we vandaag wereldwijd zien gebeuren. Israël (en de Joden overal op deze wereld) komt steeds meer in de verdrukking. Het doorgaande Bijbelse verhaal en de Bijbelse toekomstverwachting aangaande Israël zien we dagelijks om ons heen bevestigd.
In het interview met dhr. Van Oord komt (de) waarheid ernstig in het gedrang, terwijl christenen toch zouden moeten zoeken naar waarheid, rechtvaardigheid, liefde en hoop, zoals Jezus dat ons heeft geleerd.


Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!