16 juni 2026
Als je met medechristenen praat over de eindtijd krijg je regelmatig te horen dat we al sinds de hemelvaart van Jezus in de eindtijd leven. En in zekere zin is dat nog waar ook, want het is precies wat op een aantal plaatsen in het Nieuwe Testament gezegd wordt. Daar staat dat we al sinds de tijd van Jezus ‘in de laatste dagen’ leven.
Al vanaf het begin van de kerk is mede daardoor de gedachte ontstaan dat ‘de laatste dagen’ hetzelfde is als ‘de eindtijd’, of de tijd van verdrukking of zelfs de Grote Verdrukking. Daarbij was er steeds de bevestiging dat christenen het vaak zwaar te verduren hadden. Zij hadden ook toen al te lijden onder verdrukking en vervolging.
Maar hoe is dat zo ontstaan?
Plato en Alexandrië
Toen kerkvader Augustinus al jong vanuit zijn heidense geloof op zoek was naar verdieping, kon hij aanvankelijk niet zoveel met het christelijk geloof. Dat week teveel af van zijn heidense gedachtegang over goed en kwaad. Dat werd heel anders toen hij in aanraking kwam met een Italiaanse bisschop die de Bijbel uitlegde volgens de filosofische theologie van Alexandrië.
Die theologie was vooral geïnspireerd door de denkbeelden van de Griekse filosoof Plato. Zijn filosofie kwam erop neer dat alles op aarde een afspiegeling was van een verheven wereld, waarin alles perfect was en bleef. Op aarde was dat perfecte echter geïnfecteerd geraakt en vergankelijk geworden. Maar er zou nog steeds een perfecte versie van alles wat op aarde bestaat in die perfecte, verheven wereld aanwezig moeten zijn.
Deze denkmethode van Plato was algemeen gangbaar in de grote Egyptische stad Alexandrië in de tijd van Jezus. In die stad studeerden vele wetenschappers en filosofen. De stad stond in hoog aanzien, waar velen van hen hun eigen belangrijkheid aan afmaten. In deze stad werd ook de Bijbel bestudeerd, die aan dezelfde ‘wetenschappelijke’ toets onderworpen werd. De Bijbel was een geloofsboek, een goddelijk boek, en moest dus wel bij die verheven, geestelijke wereld horen. De theologie in Alexandrië was dan ook doordrenkt van filosofische denkbeelden. Het letterlijk lezen de Bijbel was daarvoor ongeschikt, want Bijbelse teksten moesten vooral ‘geestelijk’ worden geïnterpreteerd. Dat gold natuurlijk vooral voor de profetieën, vanwege hun vele symbolische beelden.
De invloed van Augustinus
Augustinus bekeerde zich door die Alexandrijnse manier van denken over de Bijbel tot het christelijk geloof. Zijn gedachten over goed en kwaad pasten heel goed bij die manier van denken over de Bijbel. Hij werkte dat verder uit in een aantal boeken die door de kerk breed geaccepteerd werden.
In een notendop kwam zijn manier van denken erop neer dat het bestaan moest worden opgedeeld in twee delen. Het eerste deel was ‘boven’ en was goddelijk en daardoor perfect en eeuwig. Het tweede deel was ‘beneden’ en was menselijk en daardoor vergankelijk en tijdelijk. Je merkt duidelijk de filosofie van Plato hier doorheen.
Christenen hoorden volgens Augustinus bij ‘boven’, bij het hemelse, het goddelijke. Maar ze leefden ‘beneden’, op de aarde, tussen al het vergankelijke en verdorvene. Hun taak was om de wereld tot het goddelijke te brengen. Als dat eenmaal gelukt was, kon de hemel op aarde komen. Het was volgens Augustinus dus de verantwoordelijkheid van de kerk om alle mensen te bekeren tot het christendom. Daarna zou Jezus komen en de nieuwe hemel en aarde een feit zijn.
De vele profetieën die in de Bijbel staan moesten volgens Augustinus, en later volgens de kerk, in dat licht gezien worden. Die profetieën moesten vooral geestelijk uitgelegd worden, als een allegorische beschrijving. Want ze hoorden bij het hemelse. Ze gingen dan ook niet over een toekomstbeeld dat letterlijk zou kunnen uitkomen. Ze beschreven het heden en verleden op een allegorische manier en gingen over alle tijden. De Grote Verdrukking was er altijd geweest en zou er altijd zijn. En ook het Bijbelboek Openbaring beschreef gebeurtenissen van alle tijden, niet profetisch, maar als allegorie. Die visie leidde ertoe dat het zicht op de letterlijke vervulling van de profetieën verduisterd werd.
De traditionele visie op ‘de Grote Verdrukking’
Zo ontstond in de kerk – toen nog de Rooms Katholieke kerk – de gedachte dat profetieën in de Bijbel een soort universele betekenis hadden. Je moest die profetieën dan ook vooral geestelijk interpreteren. Zo werkte de Bijbelse visie vanuit de theologie van Alexandrië en Augustinus door in de kerken en ging zelfs mee in de Reformatie. Veel christenen denken ook vandaag nog steeds op deze manier over de profetieën in de Bijbel. Zij geloven dat christenen al sinds de eerste eeuw in de ‘eindtijd’ leven, en tegelijk ook in de Grote Verdrukking. De ‘bewijzen’ liggen voor het oprapen, want overal op de wereld worden christenen immers verdrukt en vervolgd. Velen worden zelfs gemarteld en vermoord. De ranglijst van Open Doors spreekt wat dat betreft boekdelen.
Dat is de visie op de Bijbelse profetieën die al sinds het begin van de kerk verkondigd wordt. En ook vandaag hoor je dit nog vanaf menige preekstoel verkondigd worden. Een van de argumenten daarbij is dat de kerk dit alle eeuwen door zo geloofd heeft, en dat het ‘dus’ oude papieren heeft. Dat het ‘dus’ een reden is om daaraan vast te houden.
Toch roept de Bijbel niet voor niets op om alles te onderzoeken en het goede te behouden.
Een ander licht – dat van Antiochië
Zo zijn de profetieën de laatste paar honderd jaar opnieuw tegen het licht gehouden. Ook hebben vele christenen de meer filosofische theologie vanuit Alexandrië losgelaten. Zij zijn zich meer gaan verdiepen in de visie zoals de kerk van Antiochië die in de eerste eeuwen had. Die visie had een meer aardse kijk op de Bijbel en zag profetieën als gebeurtenissen in een verre toekomst. Zo is er vandaag de dag onder christenen veel meer zicht gekomen op de Bijbelse betekenis van profetieën over de eindtijd.
Het lijkt de tijd te zijn waarin we vandaag leven. Dit is dan ook de visie van waaruit we op deze website schrijven.
Profetieën komen uit, letterlijk!
Als je naar het Nieuwe Testament kijkt, dan verwijzen de schrijvers daarvan, en ook Jezus zelf, regelmatig naar de profetieën in het Oude Testament. Vaak tref je dan een zinsnede aan als ‘dit deed Jezus, opdat de profetie vervuld zou worden’. Het leven van Jezus, toen Hij hier op aarde rondliep, staat bol van de verwijzingen naar allerlei profetieën in het Oude Testament. En al die profetieën kwamen daarmee letterlijk uit. Zo zijn er honderden profetieën, oudtestamentische voorzeggingen, die door Jezus letterlijk in vervulling zijn gegaan.
Maar ook oudere profetieën zijn al in oude tijden vervuld. In de tijd van Daniël heerste het Babylonische wereldrijk. Maar God had koning Nebukadnessar een droom gegeven over de koninkrijken die na hem zouden volgen. Het is exact uitgekomen. Aan het begin van de Babylonische ballingschap van het volk Israël had God via de profeet Jeremia laten weten dat die ballingschap 70 jaren zou gaan duren. Toen die 70 jaren voorbij waren beriep Daniël zich op God om zijn belofte te houden. Het volk kon terugkeren toen ze 70 jaren in Babel hadden gewoond. Zo zijn er vele honderden profetieën, voorzeggingen over toekomstige gebeurtenissen, die letterlijk en gedetailleerd zijn uitgekomen.
Een vreemde gedachtengang
Veel theologen die de traditionele, ‘geestelijke’ visie aanhangen zeggen wel dat al die profetieën inderdaad letterlijk zijn uitgekomen. Toch blijkt het moeilijk om zich voor te stellen dat Bijbelse profetieën die nog niet zijn uitgekomen, op een dag ook zullen uitkomen. Want die profetieën gaan over een toekomst die vandaag nog moet komen. Dan blijkt het ineens moeilijk om te geloven dat het duizendjarig rijk (Openbaring 20) letterlijk zo’n 1000 jaar zal duren. Terwijl al die oudtestamentisch geprofeteerde tijdsperiodes uitgekomen zijn. Dan blijkt het moeilijk om te geloven dat de 144.000 verzegelden uit Israël (Openbaring 7 en 14) gewoon zo’n 144.000 Joodse mensen zijn, die bij Jezus op de Sionsberg ofwel de tempelberg zullen staan.
Ineens is dat duizendjarig rijk dan de lange periode, sinds de tijd van Jezus, waarin de kerk ontstaan en gegroeid is, onder verdrukking en vervolging. Dan zijn de 144.000 Joden ineens hetzelfde als ‘de menigte die niemand tellen kan’ (Openb.7:9), of is het een symbolisch getal voor de volheid van de kerk (12 [stammen van Israël] x 12 [apostelen van Jezus] x 1000 [symbolisch getal voor volheid]).
Het is toch vreemd dat al die profetieën die over de eindtijd gaan, de tijd die vandaag nog in de toekomst ligt, uitgelegd worden als ‘geestelijk’ of allegorisch, terwijl al die profetieën die al nauwkeurig uitgekomen zijn in oude tijden, wél gezien worden als aards en letterlijk. Dat laatste kan ook bijna niet anders. De evangelisten en Jezus zelf tonen immers aan dat de profetieën over Jezus letterlijk zijn uitgekomen.
De vervangingstheologie
De Alexandrijnse visie op de profetieën heeft in het verleden binnen de toenmalige wereldkerk zelfs geleid tot de gedachte dat de kerk in de plaats was gekomen van Israël. Israël was uit het land verdwenen en verspreid geraakt onder de volken. De kerk begon dat te zien als de schuld van de Joden. Ze hadden immers Jezus aan het kruis laten slaan. De gedachte kwam op dat het land Israël en het Joodse volk hadden afgedaan. De kerk was daarvoor in de plaats gekomen. De vervangingstheologie was geboren.
Er stonden in de Bijbel natuurlijk nog wel een heleboel beloften aan Israël en ook vervloekingen (denk aan Deut.28). Dat probleem werd als volgt opgelost: de beloften kwamen toe aan de kerk, maar de vervloekingen bleven aan de Joden kleven. Zij werden uitgekost, weggejaagd, uit de gemeenschap gestoten, en zelfs vermoord. Ze werden de zondebok voor van alles wat misging. Het leidde uiteindelijk tot de Holocaust, de Shoa. Zo werden miljoenen Joden vermoord op een industriële schaal in moordfabrieken. Adolf Hitler dankte Maarten Luther, dankte via hem de kerk, voor het aanwijzen van de ‘schuld’ van de Joden.
Het demonische kwaad van het antisemitisme wat vandaag weer komt opzetten heeft z’n wortels in de christelijke kerk. Gelukkig zijn er miljoenen christenen die opstaan tegen antisemitisme. Maar ook nu zijn er gelovigen, predikanten en priesters die niet geloven dat de Joden nog steeds Gods volk zijn, en dat God het land Israël nooit los zal laten. Zelfs nu de Joden weer massaal wonen in het door God aan hen beloofde land, geloven zij dat nóg niet. Zelfs als oude profetieën spreken over de terugkeer van de Joden vanaf de uiteinden van de aarde, geloven ze het nóg niet. Hoe ver moet God gaan voordat ze het wél geloven?
Laat je leiden door de Bijbel, niet door kerkvisies
Veel gelovige christenen zijn onderwezen in de Bijbel door predikanten en priesters met een traditionele visie op de profetieën. Zij leren hun gemeenteleden wat ook hun voorgangers aan hen geleerd hebben. Een professor op een theologische universiteit liet mij weten dat zijn studenten leren om de profetieën niet te zien als blauwdruk voor de eindtijd, maar als het levende Woord van God dat in elke tijd opnieuw tot spreken komt. Dat klinkt mooi, maar versluiert de het plan dat God voor deze wereld aan het uitvoeren is.
Toch zijn er wel handvatten. Een goed begin is om te kijken hoe profetieën in het verleden uitgekomen zijn. Vraag je daarbij af of God dat ook zo zou doen met profetieën die nog niet zijn uitgekomen.
Wees je ervan bewust dat het hele Oude Testament draait om Gods relatie met Israël. Hij zegt daar in profetische woorden dat Hij zijn volk Israël nooit los zal laten. Dat Hij Israël zal laten terugkeren naar hun land. Hij zegt dat Israël zijn oogappel is, wie aan Israël komt, komt aan Hem!
Jes.43:4 Jij (Israël) bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en Ik houd zo veel van je dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden.
Als je leest wat God hier aan Jesaja dicteert, wie zijn wij dan om Israël te beschimpen, te kleineren, uit te sluiten en leugens over Israël en de Joden te verspreiden? Het lijkt vandaag weer schering en inslag en ook christenen lopen daar achteraan, blind voor Gods profetische woorden.
Lees de Bijbel zoals het er staat
Daarom is het goed om je te laten leiden door de Bijbel en om die zo letterlijk mogelijk te lezen. Jezus zei al dat hij zijn leerlingen, en daarmee ons, dingen over de toekomst vertelde, zodat we het zouden geloven als het zover is (Joh.14:29). Dat kunnen we alleen geloven als het letterlijk uitkomt. Laten we daar dan ook aan vasthouden en zo de heilige Geest de ruimte geven om ons inzicht te geven.
Maar laten we tegelijk bidden voor de kerk, voor predikanten en priesters, dat ze de Bijbel mogen uitleggen zoals God dat bedoeld heeft. Zodat kerkgangers, gelovige christenen het ook zullen geloven als het zover is!
Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!
