11 mei 2026
Als je je een beetje verdiept in allerlei artikelen of boeken die op een Bijbelse manier iets willen vertellen over de eindtijd, dan stuit je al snel op het begrip ‘de Grote Verdrukking’. Ook in diverse artikelen op deze website komt dat begrip voor. Het is een begrip waarover de meningen nogal uiteenlopen. Een deel van de oorzaak daarvoor ligt in het verleden, een ander deel ligt aan de interpretatie van wat de Bijbel vertelt over de grote verdrukking. Het begrip ‘Grote Verdrukking’ komt namelijk maar beperkt voor in de Bijbel. Het hangt er dan ook heel erg vanaf hoe je de context van die teksten leest.
Velen denken dat we al sinds Jezus’ tijd op aarde in ‘de grote verdrukking’ leven. Kijk alleen maar naar de vervolging van christenen wereldwijd. Je hoeft maar op de website van Open Doors te kijken om het bevestigd te krijgen. Maar klopt die denkwijze wel?
In dit artikel gaan we op onderzoek uit om te zien wat de Bijbel bedoelt met ‘de Grote Verdrukking’ en hoe dat begrip in de Bijbel geduid wordt. Ook gaan we kijken naar de belangrijke koppeling met oudtestamentische teksten. Het woord ‘verdrukking’ komt vele keren voor in de Bijbel, maar de koppeling met het woordje ‘mega’, ofwel ‘grote’, komt maar 2x keer voor. Toch gaan we daarop focussen.
Jezus vertelt over ‘de Grote Verdrukking’
Zoals gezegd komt het begrip ‘Grote Verdrukking’ maar 2x voor in de Bijbel, in Matteüs en in Openbaring. Matteüs vermeldt dat Jezus dit gezegd heeft tijdens zijn toespraak over de eindtijd (Mat.24 en 25). In Matteüs 24 staat het volgende:
Mat.24:21 Want het zal een tijd van grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds het ontstaan van de wereld tot nu toe, en ook niet meer zal komen.
Alleen al in dit zinnetje staat enorm veel. Jezus zegt hier dat de verdrukking zo erg zal zijn zoals dat nog nooit gebeurd was tot aan de tijd dat Jezus dit hier zei. En ook na die verdrukking zal het nooit weer zo erg worden. Het is duidelijk dat Jezus hier spreekt over een verdrukking die, toen Hij dit zei, nog in de toekomst lag.
Jezus gebruikt hier het woordje ‘want’. Dat betekent dat Hij de gevolgen van die Grote Verdrukking hiervoor al gegeven heeft: dit zal er allemaal gebeuren, want het zal een tijd van grote verdrukking zijn. Over die gevolgens zegt Jezus:
Mat.24:15-21 Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), [16] dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; [17] wie op het dak van zijn huis is moet niet beneden nog spullen gaan halen, [18] en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. [19] Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! [20] Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat. [21] Want het zal een tijd van grote verdrukking zijn…
De Grote Verdrukking gaat over Israël
Als je dit allemaal leest, dan wordt gelijk ook duidelijk dat dit niet over christenen gaat, niet over de kerk! Het gaat immers over mensen die in Judea zijn, en mensen die de sabbat vieren. Jezus roept hen op om zo snel mogelijk de bergen in te vluchten. Het gaat hier om Israël, om mensen die in Judea wonen. En in Judea wonen Joden. Daar komt het woord vandaan. Zij zijn mensen die de sabbat houden, een dag waarop allerlei extra regels gelden en velen feestelijk gekleed gaan. Geen dag om halsoverkop te moeten vluchten.
In vers 15 heeft Jezus het over de ‘verwoestende gruwel’ die op de heilige plaats zal staan. Ook die vermelding van ‘de heilige plaats’ is een verwijzing naar de Joodse tempel, of de plek waar die gestaan heeft. Daar zal op een dag de ‘verwoestende gruwel’ worden opgesteld. Jezus verwijst hierbij naar de profetieën van Daniël.
Aan het eind van Daniël 9 staat hierover het volgende:
Dan.9:27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.
Hier zie je al dat die ‘verwoesting brengende gruwel’ bovenop het altaar geplaatst wordt. Dat gebeurt dan ‘halverwege de week’. Die ‘week’ is geen week van 7 dagen, maar van 7 jaren; het is de laatste ‘jaarweek’ uit Daniëls visioen over de 70 jaarweken.
Daniël ziet hier ook dat deze verwoestende gruwel halvewege die week zal worden opgericht, dus 3,5 jaren na het begin van de zevenjarige ‘week’, en de hele volgende 3,5 jaren zal blijven staan.
De koning van het Noorden
In de tekst hierboven uit Daniël 9 gaat het over een ‘hij’. Dat is de heerser die een sterk bondgenootschap zal sluiten met ‘velen’, met meerdere volken. Die ‘hij’ is ook de ‘Koning van het Noorden’, vertelt Daniël een paar hoofdstukken verder:
Dan.11:31 Hij brengt strijdkrachten op de been; die zullen het heiligdom, de vesting, ontwijden, het dagelijks offer afschaffen en een verwoesting brengend afgodsbeeld oprichten.
Deze ‘hij’ wordt in Daniël 11 aangeduid als de Koning van het Noorden. Dat is degene die het heiligdom zal ontwijden en het dagelijks offer zal afschaffen. Dat zijn allemaal verwijzingen naar het Jodendom, naar Israël. Het land Israël en het heiligdom in het bijzonder zullen kennelijk worden aangevallen door de legers en medestrijders van die koning uit het noorden.
Deze persoon is degene die de ‘verwoestende gruwel’, ofwel het verwoesting brengend afgodsbeeld zal oprichten op de heilige plaats. Het woord ‘gruwel’ is alles wat in Gods ogen gruwelijk is, wat afgoderij is. Gruwel betekent in het Oude Testament dan ook afgoderij of een afgodsbeeld.
Jezus verwijst hier allemaal naar als Hij het in zijn rede heeft over de ‘verwoestende gruwel’ waarover door Daniël gesproken is. Dat enorme afgodsbeeld wordt opgericht op het Tempelplein in Jeruzalem, waar vandaag nog de Gouden Rotskoepel en de Al Aqsa-moskee staan. Dát is de ‘heilige plaats’, waar ooit het altaar stond, en waar dat altaar mogelijk over niet al te lange tijd weer zal staan. Daniël verwijst daar immers naar als hij zegt dat ‘het dagelijks offer wordt afgeschaft’. Dat offer moet dan wel weer eerst gebracht worden op een werkend en gewijd altaar, op diezelfde heilige plaats. Zover is het vandaag nog niet, maar er wordt hard aan gewerkt.
Israël is het brandpunt van de Grote Verdrukking
Zo is er maar één conclusie te trekken. Wanneer Jezus het over de Grote Verdrukking heeft, heeft Hij het alleen maar over Israël. Dat lees je niet alleen door de woorden ‘Judea’ en ‘sabbat’ die Jezus gebruikt, maar ook door zijn verwijzing naar de profetieën van Daniël. De Jood Daniël kreeg immers van God te horen dat zijn profetie over de 70 jaarweken draaide om zijn volk en zijn heilige stad (Dan.9:24). Dat kan alleen maar gaan over het volk Israël, de Joden, en over Jeruzalem. In de profetie van Daniël 11 is Israël ook het land dat door de Koning van het Noorden zal worden aangevallen. Alles hierin draait om Israël en Jeruzalem.
Vandaag staan Israël en Jeruzalem in het brandpunt van de aandacht, en dat is meestal geen positieve aandacht. Israël wordt omgeven door landen en religieuze mensen die er via moskeeën, tv, kranten en scholen, toe aangezet worden om Israël te haten. Ook in de Westerse wereld is de weerzin tegen Israël de laatste jaren enorm toegenomen.
Zoals Daniël laat zien hoe demonische machten in de eindtijd de strijd tegen Israël gaan voeren, zo zijn diezelfde demonische machten vandaag al bezig om volken rondom de Koning van het Noorden te verzamelen. Volken die een enorme haat tegen Israël voelen, vooral gevoed door hun islamitische religie, zullen zich op een dag bij zijn legers aansluiten. Samen zullen ze Gods heilige volk in Gods heilige land aanvallen. Dat zal tijdens de laatste jaarweek van Daniël gebeuren. En als dan op het Tempelplein het grote afgodsbeeld zal worden opgericht, dan zal de Grote Verdrukking aanbreken. Dan zal gaan gebeuren waar Jezus voor gewaarschuwd heeft. Een rampzalige periode zal beginnen, de donkerste periode uit de geschiedenis van het Joodse volk.
Er is hoop…
Die zevenjarige periode van de laatste jaarweek van Daniël zal niet alleen voor Israël rampzalig blijken. Ook de rest van de wereld zal gebukt gaan onder geweld, verdrukking, vervolging, natuurrampen, dood en verderf. De Bijbel windt er geen doekjes om.
Toch is er hoop, want God heeft een belofte gedaan. Miljoenen christenen gaan vandaag de dag al gebukt onder enorme vervolgingen, martelpraktijken en gevangenschap. Zij zullen de rampen van de Grote Verdrukking niet hoeven meemaken, omdat God een andere weg gaat met hen die volop in Hem, zijn zoon Jezus en de Bijbel geloven.
Als je vandaag al gelooft dat God en Jezus er voor jou zijn en dat de Bijbel Gods waarheid vertelt, dan zul je op een dag in de nabije toekomst meegaan in de Opname van de gemeente. Dan zul je gespaard blijven voor de ellende en de rampen die de zevenjarige verdrukking met zich meebrengen. Dan zul je daadwerkelijk gaan meemaken wat God bedoelde met zijn reddingsplan.
Maar als je dat geloof niet te pakken kunt krijgen, of als je daar nonchalant mee omgaat, dan ga je misschien niet mee in die Opname en zul je wellicht achterblijven in de chaos die dan op de wereld zal ontstaan.
…om toch gered te worden!
Velen zullen in die rampzalige periode tot de ontdekking komen dat de Bijbel al voorspeld heeft wat ze dan om zich heen zien gebeuren. Zij zullen dan tot de conclusie komen dat God en Jezus er altijd al zijn geweest, en er ook dan nog steeds zullen zijn. Ze zullen beseffen dat er maar één uitweg is, en dat is om zich vast te klampen aan diezelfde God en Jezus. Maar omdat de duivel het op aarde dan volledig voor het zeggen lijkt te hebben, is de prijs voor dat gevonden geloof enorm hoog.
Velen die in die periode zich alsnog bekeren tot God en Jezus zullen dat met de dood moeten bekopen. Maar daarna ligt achter die dood de weg naar het Vrederijk open. Want als de ellende voorbij is mogen ze opstaan in de ‘eerste opstanding’ en inwoners worden van het Vrederijk van Jezus.
Leg daarom aan anderen uit wat de Bijbel hierover zegt. Leg het je kinderen uit, je familie, je vrienden. Bid voor hen. Dan zullen ze wellicht, als die periode aanbreekt, teruggrijpen naar de Bijbel die ze eerder links lieten liggen. Zodat ze door hun geloof alsnog, maar door de ellende heen, gered zullen worden.
Op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!
